Aangepast
SYSID-0004:
Rioolput, Ontwerp
Rioolputten mogen niet in bochten van fietspaden/fietsstroken worden gesitueerd.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0006:
Perceelaansluitpunt, Maatvoering
De aansluitputten van woningen en bedrijven dienen te worden gesitueerd aan de uitgegeven zijde (voorzijde) van het perceel. Op Bij woningen moet op 0,50 m binnen de erfgrens dient een standaard kunststof put(ten) Ø 315 mm te worden geplaatst met een deksel tot 0,50 m onder het maaiveld. Deze put dient te allen tijde bereikbaar te zijn. Bij bedrijven en appartementencomplexen moet het hart van de put op 1,5m binnen de erfgrens zitten en zijn dit putten van vierkant 800mm van beton. In dat geval worden putdeksels, geschikt voor zwaar verkeer, op maaiveld afgewerkt.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0012:
Riool, Situering
Bij grootschalige werkzaamheden in wijken met een gemengd rioolstelsel dient gestreefd te worden naar maximale afkoppeling van regenwater en/of de aanleg van een nieuw gescheiden stelsel. Dit wordt De keuze voor het type stelsel en de mate van afkoppeling moet onderbouwd worden door geohydrologisch onderzoek grondwatermonitoring en monitoring, geohydrologisch onderzoek, zie ook 'Richtlijnen SYSID-0087 en `Richtlijnen systeemkeuze grondwater- en regenwaterregulatie' regenwaterregulatie` (kenmerk: 220699_AdB_R_0001). 220699_AdB_R_0001_v2) *. * = dit document is inmiddels vervangen door het bijgevoegde document Beslisboom nut noodzaak aanleg DT of HWA.pdf. Bij de volgende actualisatie wordt deze eis aangepast.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0019:
Riool, Situering
Verbindingen tussen verschillende typen DWA en HWA stelsels zijn niet toegestaan.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0021:
HWA, Maatvoering
Het bodemverhang in een RWA HWA dient minimaal 1:500 tot 1:1000 te worden aangebracht.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0032:
Hemelwater, Situering
Perceeleigenaren Percelen die rechtstreeks grenzen aan oppervlaktewater dienen hun al het hemelwater direct op het oppervlaktewater te lozen.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0040:
Overstort, Maatvoering
De overstortdrempel van een gemengd stelsel dient minimaal 0,10 m boven de berekende peilstijging bij T=10 (waterstand) te liggen. In geval van flexibel peilbeheer dient de hoogte van de overstortdrempel afgestemd te worden met de rioolbeheerder. sr. Assetmanager Riolering & Waterketen.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0041:
Aansluiting, Situering
Ieder perceel dient afzonderlijk te worden aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. Dit betekent 1 huisaansluitput voor afvalwater en 1 huisaansluitput voor overtollig grond- en hemelwater per perceel. Per aansluitingsput moet een gele sticker met zwarte tekst worden aangebracht voor DWA, HWA, Drain. Voor herinrichting in bestaand gebied dient de perceelaansluitleiding voor hemelwater op logische plek te worden aangebracht. Grondwater mag niet worden aangesloten op deze perceelaansluiting.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0044:
Putten, Maatvoering
Voor een aansluiting van grotere huis- en perceelaansluitingen (> Ø160 mm), appartementencomplexen, bedrijven en instellingen dient op 0,50 m binnen de erfgrens een put met minimale inwendige doorsnede van 600 x 600 mm te worden geplaatst, voorzien van een putrand met inscriptie. Als de bebouwing direct grenst aan de erfgrens, en/of er geen ruimte is binnen de erfgrens, dienen (verzamel)leidingen te worden opgehangen aan de fundering. In deze situatie dienen erfscheidingsputten te worden toegepast in de openbare ruimte. Deze putten dienen direct toegankelijk te zijn met een put en deksel op maaiveld. Putdeksel geschikt voor zwaar verkeer toepassen als de put zich in openbaar gebied bevindt.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0045:
Aansluiting, Materiaal
De aansluitleiding ('huisaansluiting' vanaf erfgrens t/m hoofdriool) voor afvalwater dient een PVC-buis (minimaal Ø125 mm) te zijn met een maximale lengte in rechte lijn van 15 m. De hulpstukken t.b.v. de stampijp standpijp dienen maximaal 45 graden te zijn. Bij de aansluiting op het hoofdriool is een zettingstuk met knevelinlaat vereist. Huisaansluitingen op particulier terrein voor DWA dient te worden uitgevoerd met een polderstuk. De huisaansluiting op particulier terrein voor HWA dient te worden uitgevoerd met een ontlastvoorziening.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0066:
Watersysteem, Ontwerp
Wadi's Wadis en droge buffers (beide gedefinieerd als groenzones die als waterberging dienen, mogen onderlopen en als zodanig zijn ingericht) dienen zodanig te zijn vormgegeven dat de ledigingstijd maximaal 48 uur is. Ze dienen altijd te worden uitgevoerd met kale drain zonder omhulling in grindkoffer en drainzand, grindkoffer, welke dienen te voldoen aan eis SYSID-130/SYSID-133. De minimale bodemhoogte dient minimaal GHG+20 20 cm te zijn (waarbij boven de ontwerp GHG op basis van lokale meetgegevens van het grondwater dient te worden aangetoond). De infiltratiecapaciteit van wadi's zijn. Indien de wadi’s of droge buffer ontworpen wordt om niet alleen te water te bergen, maar ook water te infiltreren naar de bodem, dient de infiltratiecapaciteit te worden aangetoond op basis van lokaal onderzoek naar de doorlatendheid van de bodem (infiltratieonderzoek), (infiltratieonderzoek). zie ook 'Richtlijnen Richtlijnen systeemkeuze grondwater- en regenwaterregulatie' regenwaterregulatie (kenmerk: 220699_AdB_R_0001) 220699_AdB_R_0001_v2) * van de gemeente Haarlemmermeer. * = dit document is inmiddels vervangen door het bijgevoegde document Beslisboom nut noodzaak aanleg DT of HWA.pdf. Bij de volgende actualisatie wordt deze eis aangepast.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0094:
Drainage, Algemeen
Het lozingspunt van een drainagestelsel of DT-riool, DIT-riool en IT-riool DT-riool dient te worden voorzien van een taludbak als uitstroomvoorziening.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0095:
Drainage, Algemeen
Bij kruisingen en knikpunten in het DT-riool, DIT-riool en IT-riool DT-riool dienen inspectieputten te worden toegepast. Opschrift van het type water dient opgenomen te worden in putdeksel en -rand. -rand (inscriptie= SW).
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0097:
Drainage, Algemeen
Drainageleidingen dienen volledig onder de laagst voorkomende grondwaterstand aangelegd te worden om ijzerafzetting en wortelingroei te voorkomen. Uitgangspunt is dat de bovenkant van de drainageleiding 0,2 m onder de laagst voorkomende grondwaterstand ligt. Het drainage instelniveau dient in een aparte put (instelput) middels een drempel in de put te worden geregeld. De taludbak bij het lozingspunt van het drainagestelsel kan daardoor deels boven de waterlijn worden aangebracht. Het maximale aanlegniveau dient minstens 1,2 m te zijn in verband met ruimte voor kabels & leidingen en grondwaterdekking. Ook dient het aanlegniveau in relatie tot het oppervlaktewaterniveau beoordeeld te worden indien er sprake is van een open verbinding.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0105:
Rioolgemaal, Gemaal, Ontwerp
Het ontwerp van (druk-)rioolgemalen (druk)rioolgemalen dient te voldoen aan het 'Standaardisatiedocument (druk-)rioolgemalen' Standaardisatiedocument Persleidingen en Gemalen van de gemeente Haarlemmermeer. De maatvoering dient te worden bepaald in overleg met de assetmanager mechanische riolering.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0109:
Riool, Materiaal
Het materiaal voor de rioolleidingen is afhankelijk van de diameter, wat inhoudt dat tot en met 500 mm uitgevoerd dient te worden in KOMO-gecertificeerd kunststofklasse SN 8 en grotere diameters in KOMO-gecertificeerd beton. De materialisatie boven een diameter van 700 500 mm en groter betreft maatwerk en dient te worden afgestemd met B&O. uitvoeren in KOMO-gecertificeerd beton uitvoeren.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0111:
Riool, Materiaal
Op een kunststof rioolbuis dient als type inlaat een knevel/klikinlaat met zettingsstuk te worden toegepast. De minimale onderlinge afstand bij niet-fabrieksmatig aangebrachte inlaten dient te worden bepaald op instructie van de leverancier. Er is geen voorkeur voor het type inlaat op een betonbuis. De inlaat dient standaard vloeistofdicht te zijn met toepassing van zettingsstuk (mof). De inlaten dienen vooraf in de fabriek (prefab) te worden aangebracht volgens legplan. Bij onverwachte wijzigingen in het werk, dient een minimale onderlinge afstand van 1,0 m voor de geboorde inlaten te worden gehanteerd.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0114:
Rioolput, Inspectieput, Materiaal
Bij zwaar verkeer (vrachtwagens en bussen) dient gebruik gemaakt te worden van betonnen inspectieputten, welke dienen te voldoen aan NEN 7126 en NEN 7035 en te zijn voorzien van een KOMO-keur. Putten van overige materialen, bij voorkeur beton, dienen te worden geleverd onder KOMO-certificaat, KOMO-attest of KOMO-attest met certificaat. Bij licht verkeer (fietsers, voetgangers en personenauto's) dient gebruik gemaakt te worden van polyester PE- of PP-putten. Alle certificaten behorende bij de putten put dienen eveneens overhandigd te worden als revisie.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0117:
Rioolput, Materiaal
Inspectieputten in een afvalwatersysteem (DWA of gemengd riool) dienen te zijn voorzien van een stroomprofiel, om vuilafzetting te voorkomen. In de eindput dient een eindprofiel te zijn aangebracht.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0118:
Rioolput, Maatvoering
Inspectieputten in wegen dienen een minimale inwendige doorsnede van 800 x 800 mm of 800mm diameter te hebben.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0124:
Rioolput, Situering
Bij het plaatsen ontwerpen van de putten in het hoofdriool op een bedrijventerrein dient rekening gehouden te worden met uitleggers vanaf naar bedrijfskavels. De uitleggers van de huisaansluiting dienen te worden aangebracht op een inspectieput.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0125:
Gemaal, Ontwerp
De technische specificaties van een gemaal zijn afhankelijk van de functie van het gemaal en dienen in overleg met cluster B&O van gemeente Haarlemmermeer te worden bepaald. De keuze voor een pompinstallatie dient als volgt te worden gemaakt: - drukrioleringsunit bij 1-5 woningen. - (hoofd)rioolgemaal vanaf 6 woningen.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0126:
Riool, Maatvoering
De minimale dekking op een persleiding dient 800 mm te zijn.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0127:
Riool, Maatvoering
Bij de uitmonding van persleidingen dient een kunststof ontvangput met inwendige doorsnede van minimaal 0,80 m geplaatst te worden en voorzien te zijn van een RVS instroomstuk.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0136:
Drainage, Maatvoering
Voor drainage dient de afdekking in de verharding op maaiveld te liggen. De deksel putrand van gietijzer dient te worden voorzien van het opschrift 'drainage'. 'SW'. In het groen dient de deksel zich onder maaiveld te bevinden. De afdekking van inspectieputten van het DT riool (hoofddrainage) dient op maaiveldniveau te zijn.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0155:
Riool, Drainage
De kale drainageleiding (zonder doek) dient rondom omhuld (tevens onderzijde) te zijn met een laag van 30 cm grind 2-6 mm. De sleuf mag bovenaf niet worden afgedekt met slecht doorlatende grond (k < 1 m/dag) in verband met de infiltratie van hemelwater. Juiste materialisatie van drainage en drainagetransport riolering is van belang voor een optimale werking en levensduur. Drainageleidingen worden aangelegd met een diameter van 160 mm, een sterkteklasse SN8, gladde binnenzijde, 360 graden rondom gesleufd en een maximale sleufbreedte van 1,9 mm. Drainagetransportleidingen worden aangelegd met een diameter van 300 200 mm tot 500 mm.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0308:
Mobiliteit, Algemeen
Dagelijkse voorzieningen dienen per fiets en te voet goed bereikbaar te zijn. Daarbij dient in de openbare ruimte rekening te worden gehouden met de volgorde STOMP (stappen, trappen, openbaar vervoer, MaAS, prive auto).
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0309:
Mobiliteit, Algemeen
Bij de inrichting van de openbare ruimte in woonbuurten dient prioriteit te worden gegeven aan de fietser en voetganger (bijvoorbeeld: meer ruimte / voorrang etc.) conform het principe STOMP (stappen, trappen, openbaar vervoer, MaAS, prive auto).
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0310:
Mobiliteit, Algemeen
Er dient een compleet, veilig en comfortabel voetgangers- en fietsnetwerk te zijn. Routes dienen logisch aan te sluiten en toegankelijk te zijn.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0311:
Routes, Situering
Doorgaande routes voor gemotoriseerd verkeer dienen om woonbuurten heen te gaan, niet er doorheen.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0312:
OV-haltes, Situering
Er dient een goede koppeling te zijn tussen OV-haltes en het fiets- en voetgangersnetwerk. Routes van en naar haltes uit omliggende wijken dienen logisch aan te sluiten en toegankelijk te zijn.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0313:
OV-haltes, Situering
Binnen een radius van 100 meter nabij OV haltes dienen voldoende fietsparkeerplekken te zijn.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0314:
Toegankelijkheid, Algemeen
Straten, parken en pleinen dienen zo ingericht te zijn, dat ook ouderen en mensen met een beperking op een comfortabele en veilige manier kunnen lopen in het gebied. Bijvoorbeeld door gelijkvloerse trottoirs en minder steile hellingen voor rolstoelen op trottoirs.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0319:
Sport-, Speel- en Beweegruimte, Ontwerp
Speelplekken dienen geschikt, aantrekkelijk en toegankelijk te zijn voor zowel kinderen en volwassenen met een beperking, als voor begeleiders met een beperking. Ze dienen inclusieve speelmogelijkheden te bieden en bespeelbaar te zijn voor personen met een beperking.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0320:
Toegankelijkheid, Algemeen
In iedere wijk dient zich een volledig rolstoeltoegankelijke speelplek (bovenwijkse voorziening) te bevinden, op een centrale plek met ontmoetingsfunctie. Volledig rolstoeltoegankelijk houdt in: in het hele gebied met elektrische of handbewogen rolstoel je kunnen verplaatsen, obstakelloos, voldoende draaicirkel, harde ondergrond, geringe drempelhoogtes, verantwoorde hellingsgraad en opstelruimte/rustplekken (bankjes) voor kijkende bezoekers, zie 'Handboek voor Toegankelijkheid' (ISBN 9789012585057).
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0324:
Sport-, Speel- en Beweegruimte, Situering
De inrichting van parken en pleinen dient zodanig te zijn vormgegeven, dat eigen invulling door de gebruiker mogelijk is en laat het zelf verzinnen van een spel toe.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0325:
Toegankelijkheid, Ontwerp
Parken dienen zo te zijn ingericht dat sportief gebruik mogelijk is.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0326:
Sport-, Speel- en Beweegruimte, Ontwerp
Nabij grote intensieve recreatiegebieden, zoals een zwemstrand, dienen de nodige toiletvoorzieningen te worden geplaatst.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0327:
Toegankelijkheid, Maatvoering
Maatvoering (breedte trottoir, hoogte drempels, op- en afritjes, hellingsgraden, vrije doorgangsruimte, draaicirkels op de hoeken van de straten, materiaalkeuzen voor inrichting van gebied, te gebruiken straatmeubilair en gebruik van kleuren en contrasten) dient gericht te zijn op vereisten voor mensen met een beperking, zie 'Handboek Handboek voor Toegankelijkheid' Toegankelijkheid (ISBN 9789012585057) en 'Zicht Zicht op Ruimte' Ruimte (ISBN 9789082150407).
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0330:
Toegankelijkheid, Situering
Geleidelijnen dienen aanvullend te worden gebruikt op de gidslijnen en specifiek bij OV-haltes conform CROW Basiseisen halteplaatsen, CROW Richtlijn toegankelijkheid en andere gerelateerde CROW-richtlijnen.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0332:
Toegankelijkheid, Situering
Bij gebouwen met publieksfunctie dient bij de entree opstelruimte voor vervoersmiddelen als scootmobielen, elektrische rolstoelen en duofietsen aanwezig te zijn. zijn, hierbij mag de gevellijn als natuurlijke gidslijn niet worden onderbroken, zie NEN9120. Ook dienen binnen 50 m gehandicaptenparkeerplaatsen aanwezig te zijn.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0336:
Gezonde Leefomgeving, Algemeen
De openbare ruimte dient schoon, aantrekkelijk en uitnodigend te zijn. Voor het gebruik van materialen dient het voorzorgprincipe te gelden waarbij gebruik van materialen, welke mogelijk schadelijk voor de gezondheid zijn, wordt vermeden.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0337:
Gezonde Leefomgeving, Algemeen
De openbare ruimte dient uit te nodigen tot bewegen, sporten en spelen.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0339:
Gezonde Leefomgeving, Algemeen
De openbare ruimte dient zodanig ingericht te zijn dat mensen elkaar kunnen ontmoeten.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0340:
Gezonde Leefomgeving, Algemeen
De openbare ruimte dient rekening te houden met de behoeften van (toekomstige) bewoners en specifieke bevolkingsgroepen (kinderen, ouderen, chronisch zieken en mensen met een beperking).
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0341:
Gezonde Leefomgeving, Algemeen
De openbare ruimte dient een goede milieukwaliteit te hebben (geluid, lucht, bodem en externe veiligheid).
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0342:
Gezonde Leefomgeving, Algemeen
De openbare ruimte dient voldoende groen, natuur, water en aandacht te hebben voor klimaatadaptatie.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0343:
Gezonde Leefomgeving, Algemeen
De openbare ruimte dient aantrekkelijk en gevarieerd te zijn.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0345:
Gezonde Leefomgeving, Algemeen
De openbare ruimte dient ruimte te bieden aan beweegroutes.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0346:
Gezonde Leefomgeving, Algemeen
De openbare ruimte dient ruimte te bieden aan drinkwatertappunten op strategische plekken, zoals bijvoorbeeld bij fiets- of wandelknooppunten, winkelgebieden, speelvoorzieningen en schoolpleinen.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0350:
Ontmoetingsplekken, Situering
Ontmoetingsplekken voor jongeren (JOP's) dienen zich op een logische en centrale plek te bevinden in een gebied, namelijk waar bewoners zijn of wonen.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0351:
Ontmoetingsplekken, Maatvoering
Een ontmoetingsplek dient altijd in de buurt (straat/blok) aanwezig te zijn, op een maximale afstand van 400 meter (actieradius).
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0352:
Hittestress, Situering
Bij de inrichting van de openbare ruimte betreffende het thema hittestress dient men rekening te houden met kwetsbare groepen. Bijvoorbeeld rondom zorg- en verpleeglocaties en beschermde woonvormen. In gebieden waar veel ouderen wonen dient hittestress te worden voorkomen door meer groen en water.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0353:
Groen, Algemeen
Bij de inrichting van de openbare ruimte dient men het gebruik van openbaar groen te stimuleren door aanpassing van de toegangswegen, inrichting van het groen en aanbod van voorzieningen in en om het groen.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0354:
Openbare Ruimte, Algemeen
Wonen en druk verkeer dient gescheiden te zijn of zodanig vormgegeven dat beide functies geborgd kunnen worden.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0355:
Openbare Ruimte, Algemeen
De openbare ruimte dient relatief stille plekken te bieden, geluid heeft een nadelig effect op de gezondheid van de bewoners.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0356:
Speelbuurt, Ontwerp
Bij een grote speelbuurt (> 10 ha.) dient het aanbod te bestaan uit minimaal 1 buurtplek met een actieradius van 400 meter. Bij een grote speelbuurt (> 10 ha.) dient het aanbod te bestaan uit minimaal 1 bovenwijkse voorziening. Bij een grote speelbuurt (> 10 ha.) dient het aanbod te bestaan uit een netwerk van blokplekken met een actieradius van 200 meter. Bij een kleine speelbuurt met een hoge speeldruk dient het aanbod te bestaan uit minimaal 1 buurtplek. Bij een kleine speelbuurt met een hoge speeldruk dient het aanbod te bestaan uit minimaal 1 bovenwijkse voorziening. Bij een kleine speelbuurt met een hoge speeldruk dient het aanbod te bestaan uit een netwerk van blokplekken met een actieradius van 200 meter. In zeer grote speelbuurten dienen meerdere buurtplekken te zijn met een actieradius van 400 meter. Bij een kleine speelbuurt (< 10 ha.) dient een netwerk van (met toestellen ingerichte) blokplekken te zijn.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0364:
Speelbuurt, Ontwerp
In elke speelbuurt dient een divers aanbod te zijn van verschillende elementen bestaande uit o.a. reguliere speelplekken met toestellen. In elke speelbuurt dient een divers aanbod te zijn van verschillende elementen bestaande uit o.a. sport en bewegen. In elke speelbuurt dient een divers aanbod te zijn van verschillende elementen bestaande uit o.a. bespeelbaar groen. In elke speelbuurt dient een divers aanbod te zijn van verschillende elementen bestaande uit o.a. bespeelbare straat. In elke speelbuurt dienen de verschillende sport- en spel elementen gecombineerd te worden op één plek of te worden verspreid.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0370:
Beweegvriendelijke Leefomgeving, Situering
Er dient variatie te zijn op kernniveau: diversiteit in sport- en beweegaanbod.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0375:
Speelruimte, Ontwerp
Bij blokplekken, buurtplekken en speelplekken dient per locatie vergroening te worden meegenomen als uitgangspunt. De mate van vergroening dient te worden afgestemd op de overige eisen aan speelplekken, zoals de toegankelijkhed.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0376:
Toegankelijkheid, Speelruimte, Situering
Het rondlopend pad dient dicht langs de speeltoestellen te liggen.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0384:
Speelplek, Materiaal
Bij buurt- en bovenwijkse speelplekken dient men gebruik te maken van robuuste, onderhoudsarme en vandalismebestendige materialen die langere tijd meekunnen in verband met hoge speelintensiteit.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0411:
Drinkwaterleiding, Maatvoering
Ondergrondse infra De afstand tussen een drinkwaterleiding en onderlinge afstanden dienen te ondergrondse infra met een hoogtemperatuurproduct, zoals warmteleidingen, moet voldoen aan NEN 7171. NEN-7171.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0427:
Afwatering, Situering
Afwatering dient niet te leiden tot overlast voor naastgelegen percelen. van openbaar gebied geschiedt uitsluitend op openbaar gebied.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0441:
Bomen, Ontwerp
Op de ontwerptekening (schets)ontwerptekening dient een boom ingetekend te zijn op de beoogde volwassen omvang, zowel boven- als ondergronds.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0452:
Bomen, Situering
Bomen en Binnen de zichtdriehoek van een kruispunt dient beplanting, zoals hagen of andere opgaande beplanting dienen zodanig begroeiing, niet hoger te zijn geplaatst dat dan 0,40 m boven maaiveld. Voor de zichtlijnen voor het verkeer voldoen aan CROW ASVV. berekening van de zichtdriehoek per modaliteit en wegcategorie, zie figuren SYSID-0452 in de leeswijzer
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0457:
Bomen, Maatvoering
De takvrije zone dient langs wegen 4,5 m te zijn en langs fiets- en Voetpaden 2,5 m conform CROW Handboek Wegontwerp. De takvrije zone is de hoogte waarop de kroon van de boom vanaf het maaiveld begint.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0481:
Bomen, Situering
Boomroosters mogen alleen in centrumgebieden niet toegepast worden. Het gekozen type mag de boomgroei niet belemmeren.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0506:
Bodemkwaliteit, Ontwerp
Bij grondwerken dient de bodemkwaliteit geschikt te zijn voor de geplande functie/ activiteit.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0507:
Bodemkwaliteit, Ontwerp
Tijdens het werk dient altijd zoveel mogelijk gewerkt te worden met een gesloten grondbalans.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0509:
Bodemkwaliteit, Situering, Ontwerp
De kwaliteit van de bodem dient tot minimaal 1 meter minus maaiveld toe te voldoen aan de maximale waarden van de kwaliteit Wonen uit de Regeling bodemkwaliteit. Deze passen grond mag zintuiglijk geen verontreinigingen bevatten zoals oliegeur of asbesthoudend materiaal. Ter plaatse van volkstuinen moet dient de grond voldoen aan de kwaliteit Achtergrondwaarde eisen uit het beleidskader bodem onder de 'Regeling bodemkwaliteit'. omgevingswet gemeente Haarlemmermeer 2025, hoe omgaan met grondverzet en bodemsanering?
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0513:
Bodemkwaliteit, Ontwerp
Bij speelplekken mag de toe te passen grond maximaal 100 mg/kg lood bevatten en mag er analytisch geen asbest in de grond aanwezig zijn.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0528:
Kabels en Leidingen, Ontwerp
Voor de maten van kabels, leidingen en glasvezel dient het profiel uit Figuur SYSID-0528 gebruikt te worden.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0533:
Kabels en Leidingen, Ontwerp
Boven oppervlakkig gelegen kabels en leidingen (tot 5m diepte) mogen alleen houtige gewassen worden geplant die in aanmerking komen voor aanplant op de strook hoofdtransportleidingen van de Gasunie, de WRK en de PWN, zie Tabel SYSID-0533.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0602:
Lichtmast, Situering
Lichtmasten dienen zodanig te zijn geplaatst dat de vrije ruime tussen voorkant trottoirband en de lichtmast binnen de bebouwde kom tenminste 0,50 0,45 m bedraagt en buiten de bebouwde kom tenminste 1,00 m uit de kantstreep bedraagt.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0603:
Lichtmast, Situering
Bij het plaatsen van lichtmasten dient rekening gehouden te worden met voldoende ruimte een passeerruimte van tenminste 0,90 m voor kinderwagens en rolstoelgebruikers rolstoelgebruikers.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0673:
Leuning, Ontwerp
Bij nieuwe Nieuwe bouwwerken waar fietsers een fiets- en/of voetpad overheen gaan, gaat, zoals bruggen of viaducten, dient de leuning ten minste 130 cm hoog dienen te zijn. Deze eis geldt ook voor bestaande bouwwerken op zijn voorzien van leuningen welke voldoen aan het moment dat Besluit bouwwerken leefomgeving en NEN-normen . Hierbij is de leuning verbouwd wordt. ROK 2.0 (RTD 1001) ook van toepassing.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0733:
Viaducten, Situering
Viaducten en bruggen voor uitsluitend autoverkeer dienen te zijn voorzien van een voertuigkerende leuning.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0797:
Brug, Slijtlagen, Materiaal
De kleuren van slijtlagen op civiele kunstwerken dienen als volgt te zijn: - Voetpaden: zwart. - Autorijbanen: zwart. - Fietspaden: kleur conform de aansluitende verharding. - Gecombineerde voet- fietspaden, voetpad kleur zwart kleuren voet- en fietspad kleur rood. De fietspaden overeenkomstig met de kleuren van de aansluitende verhardingen t.b.v. de voet- en fietspaden. Als er sprake is van twee verschillende kleuren dan dient de overgang tussen voet- en fietspad dient voorzien te zijn van een ononderbroken witte markeringslijn, 10 cm breed.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0800:
Leuning, Maatvoering
Eis 1: Leuningen dienen minimaal 1 m hoog te die volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving noodzakelijk zijn en voldoen aan om een niet beweegbare afscheiding te creëren langs de NEN-normen en rand van een kunstwerk, dienen aan het 'Bouwbesluit'. Hierbij is kunstwerk bevestigd te zijn. Eis 2: Handregels van leuningwerk dienen afwaterend te worden vormgegeven indien de ROK 2.0 (RTD 1001) handregel van toepassing. hout is gemaakt.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0855:
Steigers en vlonders, Materiaal
Bij steigers en vlonders hoger dan 1 meter 1meter boven het wateroppervlak dient een leuning te worden toegepast volgens het 'Bouwbesluit'. Besluit bouwwerken leefomgeving
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-0927:
Speelvoorziening, Hek, Materiaal
Bij een trapveld trapveld/basketbalveld dient aan de beide korte zijden (de zijden van de doelen) ballenvangers van dubbelstaafshekwerk van minimaal 4 m hoog te worden geplaatst.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1048:
Plaatsnaamborden, Materiaal
Voor plaatsnaamborden dient het type Haarlemmermeer 'frame' te worden toegepast. toegepast, van Hoekstra verkeersmaterialen Nieuw-Vennep
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1054:
Straatnaamborden en Lokale Bewegwijzeringsborden, Ontwerp
Straatnaamborden dienen - dienen: te voldoen aan NEN 1772+C1:2014; - te zijn voorzien van een aluminium kokerprofiel met blanke eindkap; - te voldoen aan reflectieklasse III - dubbelzijdige borden te zijn. Enkelzijdige straatnaamborden dienen een dubbel omgezette rand te hebben; - bij voorkeur te worden geplaatst op gevels van woningen en waar Waar mogelijk te worden geïntegreerd met overige straatmeubilair.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1081:
Afvalbak, Materiaal
Er dient gekozen te worden voor eenzelfde type afvalbak als in de nabije omgeving van het werk. In de gemeente Haarlemmermeer is gekozen voor een zwart gekleurde straatprullenbakken straatprullenbak (Merk Bammens, type Capitole of vergelijkbaar) vergelijkbaar, RAL kleur 9005) van 50 liter. liter
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1097:
Markering, Materiaal
Markeringen in het patroon een elementenverharding dienen mee te worden bestraat (voornamelijk haaientanden), meegestraat, met uitzondering van aslijnen in keperverband. Op klinkerverharding mag elementenverharding mogen geen markering markeringen worden gespoten. aangebracht met wegenverf of thermoplast.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1099:
Bushalte, Materiaal
Bij een bushalte OV haltes dienen een prullenbak en fietsnietjes te kwalitatieve fietsenstallingen (fietsparkeur of vergelijkbaar) worden geplaatst.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1103:
Drempel, Plateaus, Materiaal
De hellingen van drempels en plateaus dienen te worden voorzien van witte taludmarkering op een achtergrond in een donkere kleur (zwart, donkergrijs, donkerbruin of donkerrood) zodat de strepen voldoende opvallen. Zie CROW richtlijn drempels, plateaus en uitritten (figuur 18).
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1105:
Verharding, Materiaal
Halfverharding mag niet worden toegepast, met uitzondering van paden in extensief te beheren recreatiegebieden, mits de halfverharding waterdoorlatend en niet stuivend is. is en geen staalslakken bevat.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1113:
Wegen, Materiaal
Voor wandelpaden dienen trottoir-/opsluitbanden van minimaal 100x200mm 100mm breed en 200mm hoog te worden toegepast. Voor rijbanen en fietspaden dient dit dienen trottoir-/opsluitbanden van minimaal 13/15x25 cm 150mm breed en 250mm hoog te zijn. worden toegepast. Bij hoogteverschil tussen fietspad en voetpad moeten vergevingsgezinde banden worden toegepast.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1117:
Wegen, Materiaal
In verhardingen elementenverhardingen dienen kleurechte markeringen (verkeersstenen) te worden gebruikt.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1125:
Gesloten Verharding, Materiaal
Langs gesloten verharding dienen kanttegels zonder vellingkant of gewone tegels 30x15cm (6cm dik) op zijn kop of zonder vellingkant te worden toegepast.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1129:
Fietspaden, Materiaal, Parkeren
Grasbetonstenen en andere elementenverharding met bredere uitsparingen (voor bijvoorbeeld gras) mogen niet worden toegepast in trottoirs, fietspaden of rijbanen, zie Tabel SYSID-1112 voor de standaard verhardingsconstructies. Bij het aanleggen van verharde parkeerplaatsen met sparingen voor groen en/of infiltratie moet het Handboek Groen Parkeren Gemeente Haarlemmermeer gevolgd worden.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1136:
Fietspaden, Materiaal
Indien obstakels geplaatst worden, dienen deze te voldoen aan: - Uitneembaar, en voorzien van reflectiemateriaal; - Aangelicht door openbare verlichting; - Ingeleid door een markering; - Kunststofapplicaties op verhardingen ten behoeve van bijvoorbeeld fietssuggestie stroken uitsluitend toepassen met goedkeuring van de wegbeheerder.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1138:
Trottoirs, Materiaal
Trottoirbanden dienen in specie te worden uitgevoerd gezet indien er sprake is van een fundering van menggranulaat.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1157:
Container, Ontwerp
Voor nieuwe containerlocaties en containeropstelplekken dient te worden voldaan aan: - Nieuwe containerlocaties en containeropstelplekken dienen te voldoen aan de Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021. Voor de procedure: zie artikel 10. - 2021 . Nieuwe containerlocaties en containeropstelplekken dienen te voldoen voldaan aan het Uitvoeringsbesluit ‘Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening gemeente Haarlemmermeer 2021. Voor locatieplan zie 2021’ , Hoofdstuk 1, artikel 5, tabel 1. - Nieuwe containerlocaties en containeropstelplekken dienen te voldoen aan Aanpassing ‘Aanpassing aanpak Van Afval- Naar Grondstoffeninzameling (VANG) 2020. 2020’ . De route en afvalinzameling vindt plaats langs doorgaande wegen en heeft daarbij een voorwaartse beweging, dit in verband heel houden van het materiaal en de verkeersveiligheid.”
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1161:
Verkeer, Algemeen
Bij een verkeerskundige opgave worden de volgende stappen doorlopen, zodat rekening wordt gehouden met de beeldkwaliteit en eenvoudiger gebruik voor de weggebruiker. Het lokale verkeersbeleid is startpunt; Hanteer voor de uitwerking de LIOR-eisen, CROW ASVV, CROW Handboek wegontwerp , CROW ontwerpwijzer fietsverkeer en andere gerelateerde CROW-richtlijnen; Kies bij meerdere oplossingen de meest eenvoudige of de meest bekende; Kies voor oplossingen die in de omgeving of het landschap passen, zoals CROW Plattelandswegen mooi en veilig; Wees terughoudend met markeringen en verkeerstekens die juridisch niet noodzakelijk zijn; Maak een bewuste integrale afweging van belangen van verkeersveiligheid, doorstroming, beleving en ruimtelijk beeld.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1164:
Wegcategorisering, Algemeen
In bijzondere gevallen, waarin niet aan de Duurzaam Veilig uitgangspunten van de wegcategorisering kan worden voldaan, dient maatwerk te worden toegepast. Daarvoor dient contact te Een weg krijgt in de basis nooit meer dan één functie. De wegcategorie moet herkenbaar zijn op grond van het wegontwerp. Vorm volgt functie. OV-routes, agrarische routes en hoofdroutes van nood- en hulpdiensten worden opgenomen met binnen de gemeente. bebouwde kom bij voorkeur afgewikkeld op 50km/u wegen.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1193:
Fietspaden, Maatvoering
De minimale breedte van vrijliggende fietspaden dient te passen bij het gebruik: de minimale maten zijn 2,50 m voor een vrijliggend fietspad met eenrichtingsverkeer is 2,50 m. en met tweerichtingsverkeer 3,50 m voor tweerichtingsverkeer. Daarbij zijn geen hinderlijke trottoirbanden toegestaan. m.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1264:
Toegankelijkheid, Ontwerp
Hellingen bij bruggen, tunnels en viaducten dienen conform CROW Richtlijn toegankelijkheid niet te steil te zijn en te zijn voorzien van een leuning die een goede grip garandeert. voldoen aan de CROW-richtlijn Toegankelijkheid.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1299:
Gebiedsontsluitingswegen, Ontwerp
Het ontwerp toepassen van een gebiedsontsluitingsweg GOW-30 is enkel mogelijk indien er sprake is van; het is een bestaande weg binnen de bebouwde kom, het is een bestaande weg met zowel een maximumsnelheid ontsluitende functie als een verblijfsfunctie, er is sprake van 30 km/uur (GOW30) dient een concentratie van kwetsbare verkeersdeelnemers, de weg kan niet ingericht worden als een veilige 50km/u weg met vrij liggende fietsinfrastructuur, de weg maakt onderdeel uit van het busroutenetwerk of logistieke bevoorradingsroutes waardoor een erftoegangsweg 30km/u inrichting niet mogelijk is, er is sprake van een hoofdfietsroute waardoor fietsvoorzieningen gewenst zijn. Indien aan bovenstaande wordt voldaan en er sprake is van gemiddelde werkdagintensiteiten van 6.000 motorvoertuigen per etmaal. Dan is GOW-30 type 1 conform Handreiking GOW30 CROW toepasbaar Indien aan bovenstaande wordt voldaan en er sprake is van gemiddelde werkdagintensiteiten die hoger zijn dan 6.000 motorvoertuigen per etmaal, maar lager dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal, dan is GOW-30 type 2 conform Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30 te zijn. CROW toepasbaar
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1300:
Gebiedsontsluitingswegen, Ontwerp
Gebiedsontsluitingsweg 60km/u (GOW-60) Het ontwerp van een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid toepassen van 60 km/uur (GOW60) dient te voldoen aan de onderstaande punten. Deze gelden totdat CROW een richtlijn of handreiking publiceert voor GOW-60 is enkel mogelijk indien er sprake is van; het ontwerp van is een GOW60. Vanaf dat moment geldt bestaande weg buiten de CROW-richtlijn GOW30 of handreiking. - bebouwde kom het is een rijstrookbreedte van minimaal 2,60 meter en maximaal 2,75 meter - bestaande weg met (primair) een dubbele as-markering van 0,10 meter breed: 3-1 streep op rechtstanden, doorgetrokken ontsluitende functie in bochten en 1-1 streep t.h.v. zijstraten - een ruimte tussen de as-markering van 0,20 meter breed - een doorgetrokken kantstreep van 0,10 meter breed - een redresseerstrook van 0,10 meter breed - het toepassen van 60 km/u plateaus om netwerk de 250 á 300 verhardingsbreedte is meer dan 5,80 meter, maar minder dan 7,00 meter - een totaal profiel van 6,0 tot 6,3 meter. Als de verharding 6,3 tot 7,0m obstakelvrijeafstand is kan de redresseerstrook en/of de ruimte tussen minder dan 4,50 meter breed de asmarkering worden verbreed. weg maakt onderdeel uit van het Agrarisch Hoofdroutenetwerk De etmaalintensiteiten zijn hoger dan 6.000 motorvoertuigen, maar lager dan 12.000 motorvoertuigen
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1321:
Fietspaden, Materiaal
Op (vrijliggende) fietspaden dienen zo min mogelijk paaltjes te worden toegevoegd. Bij de overweging om een paal op een fietspad te plaatsen wordt uitgegaan van CROW-Fietsberaad \'Keuzeschema sanering palen Geactualiseerde aanbevelingen voor afsluitpalen op fietspaden\'. fietspaden 2022. Bij het toepassen van een paal dient inleidende markering conform CROW-richtlijnen te worden gehanteerd.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1325:
Fietspaden, Ontwerp
Op vrijliggende fietspaden dient wordt kantmarkering te worden toegepast in onoverzichtelijke en scherpe bochten of wanneer er bij afwijkingen in het verloop van het fietspad (zoals uitbuigingen), en in situaties waar geen straatverlichting aanwezig is of waar de situatie onoverzichtelijk is.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1326:
Fietsstraat, Situering
Voor fietsstraten dient CROW-Fietsberaad 'Fietsberaadnotitie aanbevelingen fietsstraten binnen Fietsstraten kunnen enkel worden toegepast als voldaan wordt aan de kom, maart 2019' uitgangspunten als genoemd in het Actieplan Verkeersveiligheid. Daarbij dienen de meest recente CROW richtlijnen gehanteerd te worden met voor de daarin vermelde toepassingscriteria. ontwerpuitgangspunten.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026
Aangepast
SYSID-1372:
Banken, Situering
Banken mogen niet te dicht bij dichtbij (min. 75cm) schuttingen of bij erfgrenzen worden geplaatst in verband met mogelijke hinder.
Ingangsdatum richtlijn:
01-01-2026